JPG vs PNG vs WebP vs AVIF: welk afbeeldingsformaat moet je gebruiken?
Elk afbeeldingsformaat is een andere afweging tussen bestandsgrootte, kwaliteit, compatibiliteit en functies als transparantie. Kies goed en je bestanden zijn klein en openen overal; kies slecht en je zit met scans van 30 MB of logo’s met gekartelde witte randen. Dit is waar elk formaat werkelijk voor dient.
Privacy voorop: elke afbeelding wordt lokaal in je browser verwerkt. Er wordt niets geüpload, opgeslagen of naar een server verzonden.
JPG — het universele fotoformaat
JPG (1992) comprimeert foto’s door detail weg te gooien dat het oog nauwelijks opmerkt, regelbaar via een kwaliteitsinstelling. Op kwaliteit 75–85 zijn bestanden klein en zien ze er uitstekend uit; elk apparaat en programma ter wereld opent ze. De beperkingen: geen transparantie, en elke keer opnieuw opslaan kost weer wat detail. Gebruik het voor foto’s die absoluut overal moeten werken.
PNG — verliesvrij, met transparantie
PNG slaat pixels exact op en ondersteunt volledige alfatransparantie, wat het de standaard maakt voor logo’s, screenshots, interfacegraphics en elke afbeelding die herhaaldelijk bewerkt wordt. De prijs is de grootte: foto’s als PNG opgeslagen groeien tot vele malen hun JPG-formaat, omdat fotografische ruis niet verliesvrij comprimeert. Gebruik PNG voor graphics en werkkopieën, niet om foto’s af te leveren.
WebP — de moderne webstandaard
WebP doet beide taken: lossy compressie zo’n 25–35% kleiner dan een JPG van gelijke kwaliteit, en verliesvrij-met-transparantie veel kleiner dan PNG. Elke browser ondersteunt het sinds 2020. De enige zwakte ligt buiten het web — oudere desktopsoftware, printers en sommige uploadformulieren weigeren het nog. Gebruik WebP voor alles wat op een website wordt getoond.
AVIF — de kleinste bestanden, het nieuwste formaat
AVIF, gebouwd op de AV1-videocodec, levert de kleinste bestanden van alle gangbare formaten — vaak half zo groot als JPG bij gelijke kwaliteit — en ondersteunt transparantie en HDR. Browserondersteuning is inmiddels universeel, maar tooling en niet-websoftware lopen achter. Gebruik het waar bytes het meest tellen en jij de aflevering beheert, met een terugvaloptie voor oudere omgevingen.
GIF, SVG en HEIC — de specialisten
GIF overleeft puur voor simpele animaties; voor stilstaande beelden is het achterhaald (256 kleuren, enorme bestanden). SVG is geen pixels maar vectorgeometrie — perfect voor iconen en logo’s die moeten schalen, zinloos voor foto’s. HEIC is Apples efficiënte cameraformaat: geweldig op het apparaat, lastig overal elders, en meestal omgezet naar JPG zodra een bestand het Apple-ecosysteem verlaat.
De keuze, samengevat
Foto om algemeen te delen → JPG. Alles op een website → WebP (of AVIF als je terugvalopties aankunt). Logo, screenshot of transparantie → PNG (WebP als het alleen web is). Moet naar elk formaat schalen → SVG. Komt van een iPhone en gaat ergens anders heen → zet HEIC om naar JPG. Bij twijfel is JPG voor foto’s en PNG voor graphics nooit een ramp.